Strafrecht. De verdachte heeft geprobeerd het slachtoffer, met wie hij een conflict had, te vermoorden door meerdere kogels op hem af te vuren. Hierdoor heeft het slachtoffer een complete dwarslaesie opgelopen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van veertien jaar op. De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer door het strafbare feit niet langer in staat is arbeid uit inkomen te verwerven. Echter, ten aanzien van de hypothetische situatie zonder dat feit zijn er een aantal factoren die maken dat het inkomensverlies van de benadeelde partij met onvoldoende zekerheid is vast te stellen. Zo is er onvoldoende inzicht in opleiding, arbeidsmarktperspectief en loopbaankansen van de benadeelde partij om een inschatting te kunnen geven van de hypothetische situatie, terwijl voorts niet is uitgesloten dat deskundige voorlichting op dit punt noodzakelijk is. Het verkrijgen van deze informatie vergt nader en deskundig onderzoek, waarop het strafproces niet is toegesneden. De vordering met betrekking tot materiële schade wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Wel wordt aan het slachtoffer € 350.000 aan immateriële schade toegekend.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13-03-2025